Het huilen stond me nader dan het lachen. Bij wijze van spreken dan. Want om meteen in huilen uit te barsten, moet me wel iets meer overkomen, maar toch. Wat Jan-Dirk daar uithaalde, behoorde niet geheel tot het meest adequate gedragsrepertoir van een zestigjarige. En dat daagde me uit om er maar meteen goed in te hakken, qua reactie.
In onze branche hoor ik wel eens zeggen 'zenden is geen ontvangen' maar deze kwam heus binnen, beloofde ik mezelf. Toen Jan-Dirk zijn punt hand gemaakt, was het 'zenden' geblazen. Natuurlijk, normaliter zeg je zoiets niet tegen een volwassen man in het gezelschap van andere volwassen mannen. Maar het was de enige zomerse zaterdag van deze zomer, we zaten op een terras aan de Rijn en het was niet mijn eerste glas wijn van die middag.
Het was overigens ook niet Jan-Dirks eerste glas bier, maar toch vreemd wat alcohol en een beetje zon met mensen doet. Mensen als Jan-Dirk raken in dit soort omstandigheden blijkbaar aan de melige Belgenmop. Voor we het wisten hoorden we hem er eentje opstarten. "Die twee Vlamingen wilden in Nederland naar het strand, maar maakten rechtsomkeert. Waarom? Bij het bordje Duindicht zagen ze in dat het geen zin had om verder te gaan."
Wat mij betreft had Jan-Dirk daarmee ruimschoots bewezen dat (wij) mannen altijd 'jongetjes' blijven. Want dit type humor is eigenlijk eigendom van mannen als mijn negenjarige kleinzoon Rui David. Die kunnen met leeftijdgenoten hele middagen niet meer uit een deuk komen om dit type moppen en de varianten daarop als Zeeweg, Strandweg, Duinweg... En dat alles steeds weer opnieuw, want als je negen bent, blijft het leuk. Dat hield ik Jan-Dirk dus onverbloemd voor: dat zijn humor me voorkwam als die van een negenjarige knul.
Uiteraard voelden we ons zonder uitzondering prachtig en jong op die vroege zaterdagavond. Acht heren van middelbare en andere gevorderde leeftijd die een familieband met elkaar delen. Het had zo maar een kille middag kunnen worden als Dick me niet meteen was bijgevallen. Ja, Jan-Dirk, daar had Jos gelijk in: een meer melige bak was er die dag nog niet in ons mannengroepje rondgegaan.
Dat we niet al vroeger aan onze meligheid hadden toegegeven had evengoed wat beheersing gekost tijdens onze rondleiding in museum Bronbeek waar ooit een broer van oma had gewoond. De meligheid zat en na een bustocht door Arnhem al behoorlijk aan te komen en het was enkel de intense oorspronkelijkheid van onze gids die voorkwam dat we de geschiedenis van Nederland en Indonesië met onze ongewenste opmerkingen doorspekten.
Hoe situatiegebonden (of juist het missen van een passende situatie) is humor dan ooit. Alles wat er in Bronbeek qua humor niet mocht volgens onze normen, was er op de Rijnkade in gehavende vorm blijkbaar wel ineens. Toen ik mijn geliefde daags na dit voorval erover vertelde, bleek ook ik mijn meligheid nog niet volledig te hebben verwerkt. Zonder context vertelde ik haar ineens een mop van een man die erg depressief was geworden na een lange wandeling door Nederland. Bij navraag hoe dat zo was gekomen, zei de man dat hij het Piekerpad had gelopen. Ik weet niet beter of ik bedacht deze mop daar ter plekke. Ik geef de 'kleine-jongetjespret' van de middag daarvoor maar de schuld. Als humor zo werkt, is het goed om alle dagen wat te lachen over te houden.
Jos Rochette
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.