maandag 3 oktober 2011

Overgang (2)

Overgang (2)
Wat zijn we in Nederland dan toch praktisch! Als er bij ons een rivier door de stad loopt, maken we er ook meteen flink gebruik van. Of het moet de Dommel zijn in mijn geboortestad Eindhoven zijn. Daar heb ik in de eerste drieentwintig jaren dat ik in die stad opgroeide en leefde nooit een binnenvaartschip gezien. Voor een beetje bootbewegingen van betekenis moesten mijn vader en ik naar de kopse eindiging van het Eindhovens kanaal om de binnenkomst van Sinterklaas mee te maken. In mijn herinnering toch maar mooi de eerste stoomboot die het hart van de lichtstad wist te bereiken.

De rivier de Arno die je bij de kust van Pisa in zee ziet stromen als je er met het vliegtuig een aanvliegbocht maakt, is best een brede stroom. Daar is de Dommel niks bij, wil ik maar zeggen. Maar hoe breed de kaden in de stad ook zijn, ik zie er geen scheepvaartverkeer, laat staan dat de stad de indruk wekt er iets vanaf de rivier te willen ontvangen. In ieder geval niet vanaf het deel dat ik met mijn geliefde richting het heilige der heiligen van deze stad loop. De rivier wekt tegelijkertijd de indruk onlosmakelijk met de stad verbonden te zijn alsook geen rol van betekenis te willen spelen. Een beetje wat ze ook in de hoofdstad van de Toscane Firenze uitstraalt. Het rampjaar 1975 laat beschrijven waarvoor dit type stille rivieren in dit land dienen als het regent. Of net niet!

Vanaf onze parkeerplek aan de rivier zijn het drie bruggen voordat we de stroom oversteken naar de Dom, de heilige begraafgrond, het baptisterium en de met deze stad verbonden scheve toren. Sinds een paar jaar zijn de intensieve herstelwerkzaamheden voltooid en laat de stad weer bezoekers toe a raison van vijftien euro per persoon. Voor ons is de overgang van het kille weer waaruit we vertrokken en de zonovergoten stad niet onaanzienlijk. Wat onwennig zoeken we de schaduwen van de eeuwenoude gebouwen en laten het tot ons doordringen dat we voet op Italiaanse bodem hebben gezet.

Het zijn nog bijna twee uren kilometers maken en boodschappen doen voordat we na een oververhit bezoek aan Pisa de receptie vinden van ons vakantieresort hartje noordelijke heuvels van de Chianti. Op de stoep treffen we een echtpaar dat ( blijkt later) uit Polen afkomstig is. Binnen horen we de Italiaanse receptioniste een Frans echtpaar uitleg geven waar je in Barberino de beste pizza kunt eten. Dergelijke details, inclusief openingstijden van diverse veraf en dichterbij gelegen bezienswaardigheden, alsook de wijze waarop vers brood te bestellen valt en dat de beste slager in het nabijgelegen Fiano te vinden is, horen we samen met het oostblok stel gemelijk aan.

Ik moet me om meerdere redenen sterk beheersen, voel ik. Een reden is het gele overhemd van de Poolse man. Dat is slechts met twee knoopjes gesloten en laat daarom zicht toe op zijn immense maag. Die puilt op een intens onsmakelijke manier uit het gele hemd tevoorschijn. Waarom ik hem niet vertel dat de wereld er een stuk esthetischer bij staat als hij zijn hemd helemaal dichtknoopt, is slechts een kwestie van de lange dag die we er inmiddels op hebben zitten.

Een volgende reden waarom ik me moet beheersen is het voortduren van de beknopte cursus toeristische trekpleisters in de Toscane die onze receptioniste voortzet bij het Franse stel. Nu is ze begonnen de adresjes te noemen waar werkelijk de beste olijfolie in de streek betrokken kan worden. Als de Fransen ons uiteindelijk passeren bij het verlaten van de kleine ruimte waarin de receptie is gehuisvest, groet de man van het stel ons met een opgelucht au revoir.

Mijn geduld bereikt een historisch laag als ik de receptioniste met onverminderd enthousiasme van wal hoor steken tegen het Poolse echtpaar. De beste pizza in Barberino... Als we eindelijk mogen aanschuiven om onze paspoorten te laten kopiƫren en de borg hebben afgedragen, is het onze beurt om de rijkelijk gevulde map met informatie toegelicht te krijgen. Bij het mooie kaartje van het plaatsje Barberino pakt de receptioniste haar pen om de locatie te omcirkelen van een werkelijke superbe pizzabakker. Op dat moment beken ik haar dat ik in de kofferbak van onze auto een fles prosecco heb liggen die nu toch echt in de koelkast van het door ons gehuurde huisje moet komen te liggen.

Deze overgang is abrupt, maar effectief. We krijgen haar vanachter haar receptiedesk vandaan om ons met een sleutel voor te gaan naar ons huisje. Op de luttele meters die we moeten afleggen, horen we nog wel van de slager in Fiano en de openingstijden van de bakker in het dorp de poort van het resort uit rechts. Aan het einde van een lange warme reis die ons dertien uur in beweging hield, zit ik rond half acht eindelijk met mijn lief aan een koel glas prosecco. Wij zijn over.


Jos Rochette

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.